Vroeger zat de wereld overzichtelijk in elkaar. De openbaarheid was de dorpsomroeper, de krant, de roddel over de schutting. De overheid was georganiseerd, zoals door Kafka beschreven en door Weber voorgeschreven, met een toegewijd leger ambtenaren en een politiek verantwoordelijke aan de top. De mensen organiseerden zich door de krant, door pamfletten, door persoonlijke contacten via vergaderingen en demonstraties.
Openbaarheid
Dat land herinner ik me nog heel goed. De kunst van het stencillen ben ik nog machtig, het pamfletten in brievenbussen doen, het rondrijden met een geluidswagen. De stencilmachine staat inmiddels in het museum. Geluidswagens kennen we niet meer. Pamfetten wel: de techniek heeft ze alleen maar mooier gemaakt, gemakkelijker te maken ook.                                                                                                                           Ergens in de loop van de jaren negentig zette mijn werkgever een PC op mijn bureau en nam mij, bijna letterlijk, mijn fijnschrijver af. Op Internet begon een nieuw soort openbaarheid, waar ik geen idee van had. Ik pionierde in de jaren zeventig met kabeltelevisie, toen een heel moderne openbaarheid, maar daarna heb ik andere dingen gedaan.
Misschien is de echte sprong voorwaarts toch wel de ontwikkeling van de zoekmachines, al snel overwoekerd door Google. Daarmee kon Google “aandacht” verkopen: in ruil voor je aandacht kreeg je een gestructureerd antwoord op je zoekvraag. Je dacht kennis te verwerven, maar Google verkocht je aandacht aan adverteerders, die jou iets hadden aan te bieden. Gelukkig bedachten de bloggers van het eerste uur dat internetters niet alleen suffe consumenten waren, maar dat het Internet ook mogelijkheden bood voor informatie, sociale organisatie en verheffing.
De ontwikkeling liet de overheid niet onberoerd. Bij de komst van de kopieermachines nam de omvang van de archieven exponentieel toe: ineens was het probleem van informatiespreiding in de organisatie opgelost. Iedereen kreeg simpel een kopie van alles. Veel papier kostte dat wel. De ouderwetse bureaucratie van Kafka, veranderde in de geoliede machine van Weber, objectief, onpersoonlijk en onbevooroordeeld. Alleen had de overheid spoedig niet langer onwetende, schuchtere burgers tegenover zich, maar juist mensen, die alles wisten of meer wisten dan de hen betuttelende ambtenaren. Dat leverde nieuwe ruzie over feiten.
De weetmuts
Hoe leuk is het om alles te weten? Marten Toonder schreef hierover in 1975 Heer Bommel en de Weetmuts. Onder de Zwarte Bergen leven de kwillen, zwammen die door draden aan elkaar verbonden zijn en communiceren. “Op die manier weet de een wat de ander weet en zo is er nooit ruzie.” Maar de nieuwsgierigheid naar ander leven bevangt de Kwillen en als heer Bommel wil gaan wandelen, waarschuwt Kwetal hem voor een gnoom met een weethoed, die door de bergen dwaalt.
De Kwil komt kennis verzamelen en eet hele bibliotheken leeg. Hij belandt uiteindelijk op het hoofd van heer Bommel en verbindt zich met zijn brein. De onfortuinlijke heer krijgt daardoor een onmetelijke kennis. Die deelt hij graag met anderen, maar dezen blijken daar weinig belangstellend naar. Gefrustreerd belandt hij in de behandelkamer van Drs. Zielknijper, die hem achteloos voorstelt een atoombom te maken, als er niemand naar hem wil luisteren. Dat vindt Bommel een geweldig idee en hij stort zich op de ingewikkelde berekeningen. Maar hoofdpijn en slapeloosheid zijn het gevolg.
Het wordt steeds erger en Tom Poes moet redding brengen. Hij krijgt van Kwetal een apparaat om de weethoed onschadelijk te maken. Het is een motief analysator, volgens prof. Prlwytzkofski:”en der kennis is verzwonden, omdat hij gener motief had.”
Zo wordt Bommel bevrijd van een schier eindeloze kennis: ”Een goede nachtrust en een voedzaam ontbijt hebben wonderen gedaan aan mijn gevoelig gestel, zodat ik helemaal geen last meer heb van kennis en andere onzin.”
Het volgend decennium
Wat Marten Toonder voorzag was de ontwikkeling van een BCI, een “brain computer interface”. Het geluk van de wat onnozele Heer Bommel zal ons niet geworden. Omstreeks 2015 zal de wet van Moore niet langer op gaan, omdat de ruimte voor verdere verkleining van circuits dan op is. Maar dat het gebruik van internet zich verder zal ontwikkelen, lijkt wel tamelijk zeker: griezelig is het idee van een biotechnologische koppeling tussen het brein en het net. Dat is de weetmuts van Toonder...
Mensen als Chorost en Kurzweil schrijven hierover. Kurzweil zegt dat mensen zich overstijgen door hun kennis uit te breiden. Daar komt orde van. En orde is “information that fits a purpose”. In een voetnoot had hij wel mogen vermelden dat zijn inzicht van Prof. Prlwytskofski stamde.
Een driver is natuurlijk de militaire toepassing: een gedachten-helm, die woordloze communicatie op het slagveld mogelijk maakt, door sensors, die overgebrachte gedachtengolven lezen en direct in het brein van de drager brengen. Maar als dat kan, moet het ook mogelijk zijn medische toepassingen te maken waarmee verlammingen kunnen worden overwonnen: rechtstreeks bij de patiënt, maar ook op afstand. Tenslotte is de technologie waarmee de Amerikanen een halve aardbol verderop terroristen vermoorden al in gebruik.
Democratie is gebaat bij het zien en verkennen van het standpunt van de ander. Dat gebeurde vroeger door “broadcasting”, de brede en niet gepersonaliseerde communicatie over feiten. Internet en bloggers scheppen vooral naast elkaar staande universa van gelijkgestemden. Dat is een risico. Dat is met de huidige discussiepraktijk nog onvoldoende ondervangen.
Maar omgekeerd geldt ook dat de communicatie over de politiek eindeloos vergemakkelijkt wordt door de moderne techniek. De politieke partijen moeten nog uitvinden hoe zij de bijdragen van hun kritische en meedenkende leden moeten verwerken. Veel partijen hebben veel mogelijkheden voor debat op internet, maar de effectiviteit daarvan is voor het individuele lid nog niet zo goed te merken.
En paar jaar terug kon het Landelijk Aksie Komité Scholieren sneller een massale demonstratie op het Museumplein organiseren, dan de PTT een brief kon bezorgen waarin de demonstratie werd aangevraagd. Daartoe werden een paar oude technieken gebruikt. Inmiddels lijkt de Arabische Lente gevoed door pragmatisch en inventief gebruik van de nieuwe media. De autoritaire regimes in de wereld zijn er terecht als de dood voor.
Besturen wordt, meer dan voorheen, goede informatie verwerking. We moeten toe naar een i-overheid, schrijft de WRR, in maart van dit jaar. Als data met elkaar worden verbonden, ontstaan nieuwe mogelijkheden voor effectief besturen. Maar ook risico’s voor privacy en voor een tirannieke overheid.
En hoe zal het de bloggerswereld vergaan? Het zal een plek moeten zijn waar de risico’s en kansen van deze ontwikkelingen moeten worden besproken. Het zal een plek moeten zijn waar moderne politici en ambtenaren regelmatig komen om te volgen wat er speelt. De bloggers zelf moet actief werken aan het risico van de nadelen, opdat de werelden naast elkaar, zonder democratische confrontaties, wordt bestreden. Dat betekent dat meer aandacht nodig is voor bezoek, voor uitwisseling van denkbeelden, voor een betere vorm van discussie en debat. Het mag wel prettig zijn versterkt te worden in je oordelen, ondermijning van die zelfde oordelen kan je visie ook veel beter en genuanceerder maken.
Want die kernwaarde blijft ook komend decennium overeind: het is normaal dat wij de werkelijkheid verschillend beoordelen en definiëren. Maar wij hebben ook geleerd dat we die verschillen bespreken en van elkaar accepteren, zonder geweld of onderdrukking. Aan die waarde kan en moet Internet ook het komende decennium een bijdrage leveren.

Weergaven: 239

Opmerking

Je moet lid zijn van Horizontalisering om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Horizontalisering

© 2018   Gemaakt door Jan Dirven.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden