Right to challenge in Nederland? Een blik over de Noordzee.

Right to challenge in Nederland? Een blik over de Noordzee

 

Onlangs bezocht ik in Londen de Social Enterprise Conference and Exhibition 2013. Het viel me op met hoeveel energie de mensen van de nieuwe burgerinitiatieven over hun zoektocht en successen vertelden en hoe vaak ik vanuit de gevestigde maatschappelijke organisaties (Engelse woningcorporaties) een “ja, maar” hoorde.

 De inleiders, David Orr, CEO van de National Houding Federation (rechts), Nick Hurd, minister voor Civil Society (midden) en Peter Holbrook, voorzitter van Social Enterprise UK (niet op de foto),  inspireerden me om na te denken over de toepassing van Engelse instrumenten in onze samenleving.

Social Value Act

Directe aanleiding voor de conferentie was de wet die op 1 januari 2013 in Engeland van kracht is geworden, de Social Value Act. Deze  legt een wettelijke basis voor het creëren van maatschappelijke meerwaarde. In deze wet wordt de nadruk gelegd op investeren in de lokale omgeving en creëren van lokale verbintenissen en meerwaarde. Het doel van de wet is om maatschappelijke ondernemingen, (lokale) overheden en publieke dienstverleners te stimuleren om door middel van het leveren van hun diensten ook een bijdrage te laten leveren aan het milieu, de sociale en economische (lokale) situatie. De wet legt de verantwoordelijkheid voor het scheppen van deze maatschappelijke meerwaarde bij maatschappelijke ondernemingen, maar is tevens de stimulans voor iedere autoriteit die goederen of diensten levert met een  publiek belang. De wet betreft dan ook alle Engelse organisaties in de publieke en semipublieke sector. Het is aan de ondernemingen zelf om verbintenissen te zoeken met de groepen waarvoor ze van meerwaarde willen zijn.

Big Society

De Social Value Act past in het bredere perspectief van de Big Society.

Philip Blond heeft drie uitgangspunten voor de Big Society geformuleerd[1]:

1. Versterking van de eigen kracht van lokale gemeenschappen: wijken en buurten, maar ook lokale overheden, moeten weer zeggenschap krijgen, om vorm te geven aan hun eigen lokale gemeenschap.

2. Hervorming van de publieke dienstverlening: vrijwilligersorganisaties, verenigingen, coöperaties en maatschappelijke ondernemers moeten kunnen meedingen naar opdrachten om publieke diensten te verlenen, zodat zij (mede-)eigenaar worden van de diensten waarvan zij zelf gebruik maken.

3. Stimulering van maatschappelijke participatie: burgers moeten in staat gesteld worden om een actievere rol in de samenleving te spelen.

Trust en Social Enterprise

In een paar jaar tijd heeft dat denken handen en voeten gekregen in de Engelse Trusts. Inmiddels bestaan er zo’n 500 van dergelijke gemeenschapsondernemingen. Voor Trust bestaat geen goed Nederlands woord maar gemeenschapsonderneming drukt een aspect uit, net als de connotatie ‘toevertrouwen’ die Jos van der Lans gebruikt. “Trust drukt het vertrouwen in buurtorganisaties uit om zelf publieke verantwoordelijkheid vorm te geven”. Van der Lans analyseert waarom het goede voorbeeld van de Trusts nog niet makkelijk vaste voet in Nederland zal krijgen.[2] Het zijn de succesfactoren van de Trust die in Nederland de meeste weerstand zullen oproepen.

  1. De Trust wordt geleid door de buurt, de bewoners. Zij vormen de meerderheid in the board, de professionele bedrijfsleiding werkt in dienst van de bewoners.
  2. De Trust is een volwaardig bedrijf. Er ‘gaat economie doorheen’ en ze hebben bedrijfsonroerend goed in eigendom. Een Trust kan dus ook failliet gaan.
  3. De Trust is volledig ingebed in de lokale gemeenschap. Het is geen concern met vestigingen.

 

In Engeland heeft de gemeenschapsonderneming een grote vlucht genomen en positioneert zich als Social Enterprise. Ze hebben een volwaardige brancheorganisatie opgericht: Social Enterprise UK. Zelfs al zijn de Trust en Social Enterprise niet een-twee-drie over te zetten in de Nederlandse polder, de uitgangspunten van de Big Society en de ervaringen in Engeland kunnen een inspiratiebron zijn bij de zoektocht naar herstel van de relatie van onze maatschappelijke ondernemingen en de gemeenschap. Want waarom zou een gevestigde maatschappelijke onderneming geen Social Enterprise of Trust kunnen worden?

Right to challenge

In 2012 is het wettelijk Right to challenge geïntroduceerd.[3] Een groep burgers, gemeenschap, social enterprise, die denkt dat ze een publieke dienstverlening beter (zelf) kan organiseren, heeft het recht de gemeente te ‘challengen’. Als aan bepaalde voorwaarden is voldaan, moet de gemeente de betreffende dienst (opnieuw) aanbesteden. Dat biedt de burgers of de social enterprise de gelegenheid om een offerte uit te brengen. Door de Social Value Act hebben ze daarbij een natuurlijke voorsprong. Er zijn nog andere overheidsfaciliteiten, bijvoorbeeld financieringsarrangementen om ook vastgoed op die wijze te verwerven en op een andere (maatschappelijk meer effectieve manier) aan te wenden.

Natuurlijk is het nog te vroeg voor een evaluatie. De eerste ervaringen wijzen uit dat het voor de bureaucratie erg wennen is en de gemeenten niet ‘te koop’ lopen met die wettelijke mogelijkheden voor burgers.[4] 

 

Waarom zouden we in Nederland ook niet nadenken over een right to challenge? Dan niet in eerste instantie in de relatie met de rijksoverheid[5]. Maar een recht voor gemeenschappen om delen van publieke en/of de maatschappelijke dienstverlening over te kunnen nemen van de gemeente of de gevestigde maatschappelijke ondernemingen? Alles natuurlijk onder waarborgen van continuïteit, veiligheid, kwaliteit, etc. Als een groep bewoners iets heel anders met hun wooncomplex wil doen dan het corporatiebestuur, als een groep ouders andere keuzes wil maken dan hun schoolbestuur of zorgaanbieder, zouden ze dan het heft in eigen hand kunnen nemen?

Het is hoog tijd om daar eens over na te denken. We horen steeds vaker in het debat dat een organisatie  (vul maar in: corporatie, school, enz.) weer van de mensen moet worden. Prima. Dan zijn deze instrumenten een hulpmiddel en geen bedreiging.

 

Daar hoort één toevoeging bij. In Engeland gaan social enterprises bij een mislukking gewoon failliet. Dus geen steun van de overheid als het mis dreigt te gaan en ook geen steun vanuit de sector (zoals het Centraal Fonds Volkshuisvesting). Dat er een ondersteunend financieringsarrangement bestaat doet aan die principiële keuze niets af. 

  

23 mei 2013

Willem van Leeuwen



[1] Blond, Phillip (2010), Red Tory. How left and right have broken Britain and how we can fix it, London: Faber and Faber Limited

[2] Lans, Jos van der, Toevertrouwen-aan-burgers.UK, in: TSS Tijdschrift voor sociale vraagstukken,  juni 2011-6

[5] De overheid wil de gelegenheid bieden om met betere regels te komen, aldus  het kabinet in reactie op het jaarverslag 2010 van de Nationale Ombudsman.

Weergaven: 1178

Opmerking

Je moet lid zijn van Horizontalisering om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Horizontalisering

© 2018   Gemaakt door Jan Dirven.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden