Interview met planoloog Arie Lengkeek over toenemende zelforganisatie in de samenleving

Burgers en ondernemers zullen het aangezicht van onze steden in 2030 bepalen, verwacht planoloog Arie Lengkeek uit Rotterdam. ‘Het zelforganiserend vermogen van burgers en ondernemers wordt leidend.’ En politici moeten zich daar niet te veel in willen mengen.

door Loek Kusiak

In tijden van crisis begint de stad te bruisen en wordt zij een bron van inspiratie voor bewoners. Bewoners nemen het heft in eigen handen en verlevendigen hun buurt. Leegstaan- de winkelpanden krijgen een nieuwe, gezamenlijke bestemming, en er worden speelplekken voor kinderen gecreëerd. Deze trend is het begin van een fundamentele herbezinning op ‘het recht op de stad’, verwacht Arie Leng keek, planoloog en redactieleider bij AIR, een onafhankelijke stichting in Rotterdam, die het debat aanzwengelt over architectuur in stad en land- schap. ‘Private initiatieven gaan de kwaliteit van de publieke ruimte bepalen. Burgers en ondernemers zullen de openbare ruimte claimen. Het zelforganiserend vermogen van burgers en ondernemers wordt leidend. Grootschalige marktpartijen als projectontwikkelaars hebben voor veel burgers hun geloofwaardigheid verloren. Geld is niet langer het enige kapitaal. Het gaat ook om identiteit, creativiteit, kleinschaligheid en diversiteit.’

Volgens een studie van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) zal Nederland tot 2030 steeds verder verstedelijken, vooral in het midden en westen van ons land. Arie Lengkeek is er zeker van dat burgers en ondernemers hun stempel zullen drukken op de stedelijke inrichting. Hij kent tientallen initiatieven in grote en kleinere steden die daarop wijzen, zoals kluswoningen, boomhutten als speelplek, een onderzoekslab als coöperatieve werkgemeenschap en leegstaande winkelpanden die in gebruik zijn als wijkkeuken of atelier. Nog meer voorbeelden worden genoemd in De Energieke Stad, een inventarisatie van vijftig initiatieven van onderaf voor transformaties in Nederlandse steden. De inventarisatie is uitgevoerd door het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

'Burgers drukken steeds meer hun stempel op de inrichting van de stad'

'Vijftien jaar geleden,' zegt Lengkeek, 'werkten we nog vanuit nationale ruimtelijke ordeningsopgaven. Om aan de woningvraag te voldoen, leverden de overheid en grote bouwers kant-en-klare producten af. Daar kon je ja of nee tegen zeggen. Zo ontstonden Vinex-locaties. Daar zijn de voorspelde stedelijkheid en de levendige centra met voorzieningen, ver te zoeken. Ook staan er veel woningen onder water omdat hoge hypotheken niet ingelost worden. De verwachte waardestijging van woningen is uitgebleven.'

De klassieke rol van de woningcorporaties gaat veranderen, volgens Lengkeek. ‘De corporaties hebben in het verleden ook in maatschap- pelijke voorzieningen geïnvesteerd. Maar ze hebben nu te weinig financiële armslag voor grootschalige vernieuwing van de stad en renovatie van de woningvoorraad.’ Volgens hem neemt de burger het over. ‘De hedendaagse burger zegt niet meer: ‘Het verloedert hier, ik ga weg’, maar: ‘Ik blijf hier. Deze buurt is nu van ons!’ Bewoners zullen corporaties vragen om woningen over te dragen aan een op de wijk georiënteerde beheersorganisatie. Er ontstaat lokaal georganiseerd eigenaarschap. Investeringen in de buurt krijgen daardoor meer rendement dan wanneer ze worden betaald uit een nationale pot voor corporaties. Bij de nog kapitaalkrachtige corporaties zie ik wel nieuwsgierigheid om aan te haken bij burgerinitiatieven. Denk aan het zelf opwekken van energie, autodelen, beheer van openbare ontmoetingsplekken, stadslandbouw, gezamenlijke inkoop van thuiszorg en portiersdiensten in seniorenflats.’

'Geen nieuwbouw maar verbouwing die de lokale economie versterkt'

Rotterdam kent ook voorbeelden van de nieuwe ontwikkeling. ‘Het gebied rond De Meent – een winkelstraat in de oostelijke binnenstad – is door een enthousiaste lokale vastgoedbelegger in korte tijd veranderd in een levendige stadsstraat. Dit patroon zie ik ook in andere steden. Neem de stadsregio Parkstad, met centra als Heerlen en Kerkrade. Daar start een Internationale Bauausstellung, een uit Duitsland overgewaaide innovatieve aanpak voor herstructurering van oude industriegebieden. IBA wil burgers, ondernemers en maatschappelijke instellingen prikkelen projecten te bedenken waarmee deze krimpregio investeringsstromen kan bundelen en zich kan vernieuwen. Geen nieuwbouw, maar een verbouwing die ook de lokale economie versterkt.’

Volgens Lengkeek zullen dit soort initiatieven door burgers en ondernemers toenemen. ‘De deelgemeenten verdwijnen dit jaar als afzonderlijke bestuurslaag. Alleen al in Rotterdam zijn er veertien deelgemeenten. Burgers zullen niet snel accepteren dat er gebiedscommissies voor terugkomen waarin de politieke partijen weer de dienst uitmaken. Ze willen geen oude wijn in nieuwe zakken, maar zullen zich sterk maken om hun eigen expertise in te zetten om de wijk levendig te houden. Gastheerschap en gastvrijheid zijn in 2030 de kenmerken van onze steden.’

'Bestuurders moeten vooral geen top-down beleidsnota over burgerinitiatieven droppen'

De rol van de stedelijke overheid moet zich in de toekomst beperken tot primaire taken, zoals veiligheid, afvalverwerking, zorg voor goede luchtkwaliteit en aanleg van publieke infrastruc- tuur. Lengkeek: ‘Wat bestuurders vooral niét moeten doen, is praten over het faciliteren van burgerinitiatieven, uitmondend in een top-down beleidsnota, waarin de overheid het speelveld bepaalt. Laat burgers vooral in hun eigen netwerken en ecosystemen uit- zoeken welke initiatieven nodig en kansrijk zijn.’

Hij ziet de Amsterdamse grachten als een historisch voorbeeld van publiek domein dat door burgerinitiatief steeds opnieuw tot bloei komt. ‘Die grachten zijn in de Gouden Eeuw aangelegd door het stadsbestuur, waarna zich aan en rond de grachten door private inspanningen stadspaleizen, werkplaatsen en bedrijvigheid ontwikkelden. Elke eeuw opnieuw vormen de grachten een stedelijk milieu van grote klasse en economische vitaliteit.’

De aanleg van de Deltawerken in Zeeland tegen overstromingsgevaar is een ander voorbeeld waaraan stedenbouwers, bestuurders en bevolking zich kunnen spiegelen. ‘De Deltawerken ontstonden uit de dialoog tussen politiek, ingenieurs, mosselvissers, burgers en milieuorganisaties. De vraag welk type stad met welke waardeoriëntaties je in 2030 wilt zijn, is alleen te beantwoorden in een ontmoeting tussen het grootschalige en kleinschalige. Als je als stad zo samen- werkt aan een vitaal ecosysteem, heb je in 2030 zomaar een plan à la Deltawerken.' 

Bron: SER Magazine, februari 2014.

Weergaven: 228

Opmerking

Je moet lid zijn van Horizontalisering om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Horizontalisering

Reactie van Harry te Riele op 11 November 2014 op 12.54

Dank voor het artikel. Arie lijkt een opvallende rol van de overheden te missen in zijn opsomming.

Veel initiatieven blijven onaf, kunnen cirkels niet sluiten, als één van de dominante actoren erbuiten blijft: die overheden. Ze hebben vaak niet eens geld nodig, maar wel een overheid die mee-doet, mee toetert in het nieuwe orkest. Door de historie zit ze namelijk diep ingebed in heel veel maatschappelijke systemen.

© 2017   Gemaakt door Jan Dirven.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden