Op Sargasso.nl schreef ik over de benarde minister Blok, die problemen moet oplossen die al een halve eeuw bestaan. Hij is met een kaartenhuis-regeeraccoord op pad gestuurd. Het doet mij denken aan het laatste verhaal van Toonder over heer Bommel in een zompig moeras. Maar dat liep goed af.

Verzelfstandiging en toezicht

Enkele decennia geleden vonden we de overheid te groot. Organisaties konden het wel zelf, niet alles moest door de staat worden aangestuurd en gecontroleerd. Het zijn ook nu nog vertrouwde zinnetjes, al ligt het neo-liberale denken wat achter in de etalage. Maar verzelfstandigen is al twintig jaar modern.

Dat pakte niet altijd goed uit. Dus er kwamen toezichthouders en inspectieregimes. Voorbeelden? Te over: alleen in de wereld van bedrijven vinden we de Nederlandse Mededingingsautoriteit (Nma), de Autoriteit Financiële Markten (Afm), de Nederlandse Bank. Het heeft ons niet behoed voor de narigheid met de bank van Scheringa, wellicht ook niet voor de deconfiture van de SNS.

Ook VROM en IVW hadden een hoop te inspecteren: dus ook departementen richtten inspecties in. Maar de ramp in Enschede (VROM- regels vuurwerkopslag), in Volendam (VROM – regels bouwen en gemeentelijk toezicht), op Schiphol (VROM – regels en toezicht verblijfsinrichtingen) gebeurden toch. Ook de Inspectie van Verkeer en Waterstaat deed niet alles goed: had de kreupele Boeing van El Al  van Schiphol mogen vertrekken voordat hij in de Bijlmer neerstortte?

Samenhangende toezichtsystemen

Over Vestia  heb ik eerder geschreven dat ik de opwinding eenzijdig vond en aandacht wilde voor het systeem van toezicht. Behalve de justitieel vervolgden heeft niemand Vestia met opzet in de nesten gewerkt. Dat was te genuanceerd voor veel applaus, maar de toenmalige Minister Spies begreep het wel en stelde een geleerde commissie in ter advisering. Op 14 januari werd het rapport naar de Tweede Kamer gestuurd. Minister Blok gaat er over nadenken. Dat is geen hoog tempo, nu we al meer dan twintig jaar over toezicht nadenken.

De opdracht van de commissie luidde:

“De commissie heeft tot taak de minister te adviseren over hetgeen nodig is om de risico’s van het maatschappelijk ondernemerschap van woningcorporaties beter beheersbaar te maken en daarbij aan te geven welke maatregelen nodig zijn voor een prudent, effectief en efficiënt financieel beleid van en toezicht op woningcorporaties.” (art. 2 lid 2: Regeling Instelling Cie Hoekstra)

Sommige dingen gaan niet snel: in 1997, toen vooral het toezicht van gemeenten op woningcorporaties onbevredigend werd gevonden, luidde de brede vraagstelling aan prof. mr. M. Scheltema:

“Op welke wijze dient het toezicht op de woningcorporaties te worden vormgegeven, gelet op de gebreken in het huidige toezichtsarrangement?” (Rapportage Project Toezicht Volkshuisvesting, R.U. Groningen, januari 1997)

De uitkomst van Scheltema c.s. was dat de rol van de gemeente in het toezicht op de corporaties verdween.

De gemeentelijke rol in het toezicht

De rapporteurs, die uit 1997 en die van 2013 zeggen veel verstandige dingen. Die hoeven we niet in detail te volgen. Maar de geoefende Kremlinoloog vindt ook in de stukken voor het Binnenhof vaak inspiratie in terzijdes. Zo schrijven Hoekstra, Hoogduin en Van der Schaar op p.53:

“D e commissie heeft nog overwogen om de gemeenten opnieuw in de toezichtsketen te plaatsen, maar ziet daar van af. De schaalvergroting tot over de gemeentegrenzen van woningcorporaties, die zich na 1995 voordeed leidt ertoe dat de organisatie van dat toezicht lastig is, terwijl vooralsnog de benodigde capaciteit en deskundigheid veelal ontbreekt.”

Woningcorporaties hadden vroeger een werkgebied in hun statuten. Dat gaf een heldere relatie met een gemeentebestuur. Als er meer corporaties werkzaam waren, moest de gemeente ook iets verdelen: als één corporatie alle grond zou krijgen was er immers geen concurrentie. Maar er waren ook wel bezwaren: de corporaties en de gemeenten trokken hun eigen klanten voor. Als je van elders kwam “kon je er niet tussen komen”. De regels van Europa vroegen om een open woningmarkt. Ook niks tegen een beetje schaalvergroting en concurrentie dacht VROM en weg was de lokale binding en het werkgebied.

Nu meldt het regeerakkoord in een intrigerend zinnetje, dat woningcorporaties onder aansturing van de gemeenten worden geplaatst. De VNG ruikt iets en heeft maar weer een commissie ingesteld, waarin prof. Johan Conijn rapporteur is, de geleerde die de truc met de verhuurdersheffing en de huurverhogingen ter grootte van 4.5% van de w.o.z. waarde binnen een week na publicatie van het regeeraccoord doorprikte.

Het lijkt op het laatste verhaal van Toonder: “het einde van eindeloos”. Heer Bommel vaart daarin door een zompig moeras naar Parnas (het beloofde land?), dobbert langs een steiger waarop een visser, die op zijn vragen alleen roept: “volgende steiger”. Prof. Scheltema wist in 1997 dat de gemeenten geen toezichtsrol moesten hebben, maar vijftien jaar later gaat de discussie in de commissie Hoekstra over hetzelfde.

De problematiek van Scheltema is opnieuw door de commissie Hoekstra betast.  De gemeente is na het advies van Scheltema weggestreept als toezichthouder, maar het probleem van de lokale binding van corporaties en gemeenten is niet opgelost. Het schiet inderdaad niet op. Blok kan daar niet veel aan doen, maar de opdracht deugde niet.  Adviesopdrachten hebben alleen zin, als je weet welke richting de ontwikkeling rond de woningcorporaties moet gaan. De schaalvergroting en de ontkoppeling van de lokale politiek wordt ten departemente kennelijk als onontkoombaar beschouwd.

De omvang van Vestia

Wie deze geschiedenis op het thema Vestia legt, ziet het belang ervan. Vestia kon groeien als kool en in vele gemeenten activiteiten ontwikkelen. Het natuurlijke contact met gemeentebesturen ontbrak: Vestia was ook te deskundig en te groot en te belangrijk om een heldere gesprekspartner te kunnen zijn met een lokale wethouder over een projectje. Daarin speelde ook arrogantie mee.

Wat is het belang van de volkshuisvesting? In mijn ogen definieer je dat altijd lokaal. Die definitie verandert dus als je degenen die definiëren niet meer kent. Een grote en complexe organisatie maakt andere afwegingen, zonder die lokale wethouders, die hun belang en visie articuleren. Daarbij komt dat Vestia een institutie werd “too big to fail”. Omvallen moest worden voorkomen.

Wat kan Blok met het advies?  Zeker, er staat veel verstandigs in: WSW en CFV moeten beter samenwerken, de accountant, die goedkeurende verklaringen introk krijgt een douw, de verhouding tussen bestuurder/ directeur van Vestia en Raad van Commissarissen klopte niet, het ministerie moet beter opletten. Het is allemaal “klein bier”.

De sectorale solidariteit heeft gewerkt en een reddingsplan is gemaakt. Maar het kost alle corporaties in Nederland voorlopig  5% van de huuropbrengst. Daar hebben vele tanden van geknarst. Nu moet Blok de Eerste Kamer duidelijk maken dat de arme huurders ook nog twee miljard voor de schatkist moeten gaan op brengen. (de verhuurdersheffing) Het zal hem zwaar vallen. Dat is maar goed ook, want de verhuurdersheffing is het einde van de sociale woningbouw in ons land, na een eeuw van succes. Daar zullen de meeste partijen niet aan mee werken.

Weergaven: 81

Opmerking

Je moet lid zijn van Horizontalisering om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Horizontalisering

© 2018   Gemaakt door Jan Dirven.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden