Wat is er mis met de traditionele partijen?  Het CDA voerde de beschamende Mauro-passie op, de PvdA voorzitter vertrekt met een uithaal naar de fatsoenlijkste heer in het parlement. De kiezer beloonde het gedoe met afnemende steun.

Maar er is hoop dat het weer eens ergens over gaat. De PvdA van Kok had de rode veren afgeschaft. Maar de socialisten lijken die wel terug te willen rn brgonnen het project “Van Waarde”: waarvoor zaten we ook al weer in de politiek? De TV vereist tegenwoordig een straathond als fractievoorzitter, die soundbites blaft. Maar het gaat over iets ingewikkelder thema’s.

Zo wordt het geld in onze zak voortdurend gegijzeld door de financiële markten (Wie zijn dat eigenlijk? Waren die er vroeger niet?), vloeien de miljarden naar onproductieve Grieken en straks ook naar corrupte en criminele Italianen.                                                                                                                                                           Zo smelten de pensioenen  in rap tempo, door de zenuwen van de beleggers en het versleten monetaire beleidsinstrument van de lage rente.                                                                                                                      Zo stijgen de zorgkosten aanzienlijk sneller dan het BNP en bedenkt Schnabel als list dat ouderen voor de bekostiging van hun zorg hun huis maar moeten opeten. En als je geen huis hebt?                                                Zo bereidt de Israëlische regering een nieuwe oorlog in het Midden Oosten voor, omdat Iran de bom ontwikkelt en Obama kan Israël niet remmen, omdat de AIPAC zijn herverkiezing dan blokkeert.

Stof genoeg, voor politiek debat. Waarom is de moderne ICT  niet doorgedrongen in onze politieke handelwijzen? De Arabische Lente kreeg er vleugels van, maar bij ons blijft het vooralsnog bij tentenkampjes met geïnspireerde halve dwazen.  In de paarse periode kon de PvdA wel zonder “rode veren”.  Maar de Wiardi Beckmannstichting bedacht dat het ideologisch gedachtengoed maar eens moest worden opgepoetst. Helpt dat dan wellicht?

Maar neen: volgens de NRC krijgt een sociaal democrate in Utrecht vlekken in haar nek, als ze het woord  ‘nieuw’ of ‘vernieuwd’ hoort; daarop kreeg zij bijval. Ik moet u nu bekennen dat ik ook sociaal democraat ben; maar mijn tenen staan krom van schaamte. Niet over de vlekken van mijn partijgenote, want iedereen heeft het recht om uit te glijden of domme dingen te zeggen. Ook hooggeleerde partijgenoten als Maarten van Rossem hebben dat recht, geen straathond en zijn one-liners vallen over het algemeen wel in de smaak. Neen, mijn schaamte geldt de kwaliteit van het openbaar debat.  De NRC slaagde er niet in enig inzicht van betekenis vast te leggen.

Ook in Nijmegen was zo’n Van Waarde-debat, waar door de Gelderlander ruim verslag van werd gedaan, alsof het een keerpunt in de nationale politiek was, een dageraad van nieuw politiek denken. Daar was  ik bij. Ik heb ruim 135 partijgenoten gezien, die een tamelijk fletse middag met elkaar babbelden over oppervlakkige stellingen over bestuurlijke probleempjes. De PvdA is een mentale soortgenoot van het CDA; “we rule this country”.  De kiezer is helaas even de weg kwijt, maar dat komt weer goed, als we het wat beter uitleggen en Wilders aanpakken. Ik geloof dat het een slagje anders ligt.

Hoe gaat zo’n debat? Omdat ik grote zorgen heb over de ontwikkelingen in Europa tekende ik in op dit thema. Je kon ook discussie voeren over het ontslagrecht, buurtveiligheid, integratie of gezondheidszorg.  Een merkwaardig lijstje, denkend aan het Midden Oosten, de vleugellamme Obama, de regulering van de financiële sector, de pensioenen, de werkgelegenheid, de mondiale concurrentie, de gevolgen daarvan voor arbeidsmarkt, onderwijs, etc. Maar ik was blij  dat het ergens over ging, overwon mijn weerzin tegen congressen en stortte mij in de discussie over Europa.

De inleiding ging nog: de voorzitter meldde dat Nijmegen vol winkelende mensen liep, op een mooie nazomerdag en dat zij geen interesse hadden in de politiek. Ik  interrumpeerde dat ze toch wel de euro met ons gemeen hadden, hetgeen enig gegniffel opleverde, terwijl het toch eigenlijk serieus bedoeld was. Maar sprak de inleider: ‘in de EU ontbreken de politieke en fiscale integratie’. Vervolgens werd de stelling geselecteerd waarover meningsverschil bestond: een gemeenschappelijke lijsttrekker voor alle sociaal democraten.

Na enig gekeuvel, kreeg ik de kans: “de inleider gaf net de twee weeffouten van de Europese integratie aan: geen politieke integratie en geen fiscale. Dat zijn de clichés waarover iedereen het wel eens is. Waarom praat niemand daarover? Elke dag zien we de misere van Griekenland op TV, zorgen over de miljarden en de aanvallen van de financiële markten, maar over de weeffouten praat niemand. Ook wij weer niet: kan iemand uitleggen waarom niet? Een gezamenlijke lijsttrekker is een onzinthema.”  Dat gaf wel een beetje opschudding, maar de discussie verliep al snel naar de volgende stelling: “de loonontwikkeling in de verschillende landen moet op elkaar worden afgestemd”. Ik had daar moeite mee: op zich is de convergentie tussen de lidstaten van belang, maar stem de lonen van Nederland en Slowakije eens even op elkaar af. Dat verraadt toch wel een beetje simplistisch wereldbeeld en overmatig  vertrouwen in het interventievermogen van de overheid.

Ik kreeg nog een kans en zei dat ik ‘méér overdracht van bevoegdheden aan Europa wilde, maar ook minder’. Een voormalig EU-parlementslid viel mij bij: het subsidiariteitsbeginsel was daarin leidend. Ik hoopte dat de discussie nu begon, maar hij eindigde op dit punt. Trichet had in zijn afscheidsrede ook het woord nog genoemd, zonder nadere specificaties. Misschien moeten we over het “S-woord” spreken als we het over globale en specifieke bevoegdheden hebben? Ik moet de eerste tegenstander van het subsidiariteitsbeginsel nog tegen komen.

De lezer raadt het al: bij de finale rapportage kwam niets van deze discussie terug. Ik had ook wel bij een andere subgroep kunnen zitten. Iedereen was in zijn nopjes, Job Cohen spoorde de “linkse vernieuwers” nog wat aan en meldde hoe belangrijk hij inhoudelijke reflectie vond.

Toen ik verslag uitbracht aan mijn lokale fractievoorzitter, zei die: “Wat je eigenlijk vertelt, is dat wij niet in staat zijn een fatsoenlijk debat  met elkaar te voeren over wat ons beweegt; klopt dat?” Ik moest na enig nadenken bekennen dat dat precies de reden was, waarom ik er geen energie had opgedaan. En dat terwijl de aanwezigen buitengewoon veel kwaliteit, ervaring en niveau hadden ingebracht. Het kan moeilijk erger.

 

Weergaven: 73

Opmerking

Je moet lid zijn van Horizontalisering.nl om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Horizontalisering.nl

© 2019   Gemaakt door Jan Dirven.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden