door DAVIED VAN BERLO en ROB OELE-

Al jaren beijvert Jan Dirven zich om het begrip ‘horizontalisering’ bij LNV’ers tussen de oren te krijgen en de nieuwe vormen van maatschappelijke agendabouw die daarbij komen kijken. Bij LNV vinden we het lastig om met die verandering om te gaan. We moeten wennen aan het feit dat zowel binnen LNV als in onze omgeving de bijzondere en hiërarchische positie van het ministerie steeds meer wordt gerelativeerd. Ook op Jans afscheidssymposium werd deze verandering weer duidelijk naar voren gebracht. Vandaar dat er werd besloten om een aantal inhoudelijke bijdragen vast te leggen. Dat is uiteindelijk deze krant geworden.

Gepolst en benaderd
Deze horizontalisering heeft zich in de loop van vele jaren voltrokken. Het resultaat is dat LNV steeds meer wordt gezien als slechts één van de vele maatschappelijke partijen in een maatschappelijk netwerk, zij het uiteraard wel met zijn eigen specifieke rol en verantwoordelijkheden. Immers, aan het politieke systeem en de maatschappelijke taak van het ministerie is niets veranderd.

Naar verwachting zal deze horizontalisering nog wel een tijdje voortduren. Er is namelijk een synergie te zien tussen enerzijds de maatschappelijke trends met betrekking tot horizontalisering en netwerksamenleving en anderzijds de technologische ontwikkelingen. Met name op internet gaan de veranderingen razendsnel. Nieuwe technologieën leiden tot nieuwe concepten van interactie en participatie. Er wordt zelfs gesproken over een tweede versie van internet: web 2.0, het sociale web.

Over deze synergie waren we vorig jaar aan het praten toen Jan ons vroeg een bijdrage te leveren aan zijn krant. Werk die vernieuwingen eens uit. Wat betekent web 2.0 voor horizontalisering? Dat is natuurlijk zeker te doen. Maar een krant... is dat nu wel het juiste medium?

Het spel blijft hetzelfde maar het speelveld is veranderd
Internet begon ooit als militair communicatienetwerk, heeft zich vervolgens ontwikkeld tot computernetwerk voor wetenschappers, tot werkterrein van ICT-nerds en uiteindelijk tot een digitale kopie van de werkelijkheid. Al deze fasen heeft het internet ondertussen overleefd. Het internet is een integraal onderdeel geworden van ons leven en onze samenleving èn tegelijkertijd een aanvulling daarop.

Dat vraagt van organisaties om een pas op de plaats te maken en om zich heen te kijken. Niet omdat ze andere
dingen moeten gaan doen, maar wel omdat ze de dingen anders moeten gaan doen. Als de samenleving verandert, verandert je relatie tot de samenleving immers mee. Welke ontwikkelingen hebben zich dan voorgedaan die organisaties ertoe noodzaken om fundamenteel na te gaan denken over hoe ze gebruik maken van internet? Hieronder staan drie belangrijke veranderingen opgesomd.

De integratie van digitaal
Zoals in de inleiding al is aangegeven heeft het internet ook een fase doorgemaakt waarin werd gedacht dat het een digitale kopie van de werkelijkheid was: We blijven dezelfde dingen doen, maar dan digitaal. Papieren concepten vertaald naar het web. Bedrijven en instellingen die hun bedrijfsbrochure op een internetsite plaatsten zodat iedereen op elk moment waar ook ter wereld die informatie kon bekijken. Internet is tijd- en plaatsonafhankelijk en dat biedt voordelen. Die aanpak leverde echter geen nieuwe concepten op. Internet bleef een aparte wereld en de computer bleef boven in de studeerkamer staan.

Zo was dat een paar jaar terug nog. Tegenwoordig echter is die computer een laptop die op de bank ligt, altijd onder handbereik. Dat komt niet alleen omdat het aantal functionaliteiten en mogelijkheden enorm is gegroeid.
Inderdaad, de meeste Nederlanders doen hun bankzaken via internet, Marktplaats.nl heeft de ViaVia vervangen en het laatste nieuws lees je bij nu.nl. Maar de reden dat we via ADSL en Wi-Fi altijd online willen zijn is omdat het deel is gaan uitmaken van ons leven. Een onderdeel en een aanvulling. Dat is mogelijk geworden omdat nieuwe concepten zijn ontwikkeld die slimmer gebruik maken van de digitale mogelijkheden. We kunnen daardoor dingen doen die we eerst niet konden: dat is echte meerwaarde.

Met de komst van internet werden brieven vervangen door e-mail om je sociale contacten te onderhouden, maar het bleven één-op-ééncontacten. Door gebruik te maken van sociale netwerksites als Hyves komen nu echter netwerken in beeld en worden nieuwe groepen gevormd en contacten gelegd. Ook kun je vanuit huis een winkel of bedrijf beginnen zonder te hoeven investeren in een pand. Je marketing verloopt via Google zodat je advertentie alleen wordt getoond aan mensen die geïnteresseerd zijn in je product. Nieuwe concepten, nieuwe mogelijkheden, een veranderende wereld.

Democratisering van het debat
Eén van de belangrijkste terreinen waar deze vernieuwing zich manifesteert is de publicatiemacht, de mogelijkheid om je mening kenbaar te maken aan de buitenwereld. Die mogelijkheid bleef voor de komst van het internet vooral gereserveerd voor organisaties. Voor individuen was er ruimte voor een beperkt aantal opiniestukken in kranten. Of je kon je eigen blad uitbrengen en je in verband met kosten en logistiek neerleggen bij een klein verspreidingsgebied.
Internet heeft elke gebruiker een platform gegeven om zijn mening kenbaar te maken en daar wordt grif gebruik van gemaakt. Van diepgravende beschouwingen en uitgewerkte plannen tot aan de onderbuikgevoelens en scheldpartijen in reactiefora. De een mengt zich in nationale politieke discussies, de ander vertelt wat hij die dag gedaan heeft en de volgende werkt met gelijkgestemden een hobby of interesse uit. Iedereen bezit de hulpmiddelen om mee te doen.

Nu de mogelijkheid bestaat voor iedereen om z’n stem te laten horen, groeit ook de behoefte om gehoord te worden. Om deel te mogen nemen aan het debat en aan de agendabouw. Voor de overheid, die zo gewend is om te werken via tussenorganisaties (belangenverenigingen, pers, etc.), levert dat nieuwe uitdagingen en vragen op: hoe om te gaan met al die individuen en meningen? Maar het levert ook kansen op, namelijk om kennis uit de gehele samenleving aan te boren. Kennis die voorheen onbereikbaar en dus niet beschikbaar was.

Het maatschappelijk potentieel
Voor alle duidelijkheid, het gaat hier niet over referenda of directe democratie. Niet elk geluid hoeft geregistreerd en gebruikt te worden. Maar elke organisatie heeft kennis en ideeën nodig om haar werk te kunnen doen. Daarvoor worden werknemers ingezet of ingehuurd en netwerken van personen en organisaties ingeschakeld. Bruikbare kennis en ideeën worden eruit gezeefd en gebruikt. Misschien dat daarbuiten ook relevante ervaringen of oplossingen aanwezig waren, maar die bleven onzichtbaar. Via internet kan deze kennis wel toegankelijk worden gemaakt. De zeef wordt dan een stuk groter, de mogelijkheid nieuwe kennis en ideeën op te doen dus ook.

Voorbeelden hiervan zijn het mijnbouwbedrijf dat zijn geologische data op internet zette zodat amateurgeologen mee konden zoeken naar goudaders (waardoor uiteindelijk de opbrengst verzevenvoudigde). Maar ook waarneming.nl, dat waarnemingen van dieren en planten verzamelt van natuurliefhebbers uit heel Nederland. Bij planvorming in de ruimtelijke ordening worden steeds vaker simulaties en computerspellen ingezet om de bevolking te betrekken en lokale kennis en ervaringen aan te boren. De middelen zijn beschikbaar en elke organisatie moet voor zichzelf bekijken hoe ze daarmee beter haar taken kan uitvoeren.

Blijft het gebruik van dat maatschappelijk potentieel door de geëigende organisaties achterwege dan is het overigens net zo goed mogelijk dat het initiatief ergens anders vandaan komt. Waarneming.nl is ontstaan los van de natuurverenigingen waarmee LNV tot op heden contacten onderhield. In Engeland is MySociety.org de plek waar je losliggende stoeptegels en rondslingerend vuil doorgeeft. En in Nederland hebben we bij de scholierenakties en een initiatief als Stop Fout Vlees gezien hoe gemakkelijk en snel een beweging zich kan organiseren.

Web 2.0 en horizontalisering
In zijn boek ‘The world is flat’ beschrijft de Amerikaanse journalist Thomas Friedman hoe het proces van globalisering is versterkt en versneld door de ontwikkeling van computers en computernetwerken (internet). Dit proces van globalisering was al langer gaande, maar het krachtiger worden van computers, het groeiende gemak waarmee gebruikers ermee omgaan en met name het feit dat al deze mensen via een wereldwijd netwerk met elkaar verbonden zijn boden nieuwe mogelijkheden en hebben daarmee dit proces versneld.

Eenzelfde versnelling vindt ook plaats op het werkgebied van de overheid, zoals hierboven is geschetst in drie ontwikkelingen. Het proces van horizontalisering en de veranderende rol van de overheid in de samenleving worden versterkt en versneld door het gemak voor burgers om via internet deel te nemen aan het maatschappelijke debat (via fora, weblogs en internetstemmingen). Ook zijn er nieuwe instrumenten beschikbaar om samenwerking te organiseren en bijdragen te leveren aan beleidsvormings- of ontwikkelprocessen. Kortom, de middelen zijn er.

Al deze middelen om opinievorming, samenwerking en burgerparticipatie via internet te vergemakkelijken worden samengevat onder de term ‘web 2.0’, het interactieve, het sociale web. De mogelijkheden confronteren organisaties en met name de overheid met hoge verwachtingen en een groei van het aantal initiatieven vanuit de samenleving. Meer dan ooit wordt van de overheid verwacht om in die horizontaliserende samenleving haar rol te nemen.

Waarom dan geen krant?
De kernwoorden van de veranderingen die nu plaatsvinden zijn ‘digitaal’, ‘interactief’, ‘online’, ‘participatie’. Op deze krant Horizontalisering.nl zijn die woorden natuurlijk niet van toepassing. U kunt ‘m niet even snel doorsturen naar uw collega van wie u weet dat hij/zij ook geïnteresseerd is in dit onderwerp. Uw eigen ervaringen hoe LNV omgaat met een horizontalere samenleving kunt u niet aan deze krant toevoegen. Ook ontstaat er geen netwerk van mensen die met dit thema aan de slag willen gaan en de fakkel van Jan verder willen dragen. We missen al deze mogelijkheden omdat er is gekozen voor een ander middel.

Is een dergelijke krant in deze tijd überhaupt passend? We betwijfelen dat, maar we zijn natuurlijk ook echt niet te beroerd om aan deze krant van Jan deze bijdrage te leveren. Daarmee worden wij immers wél gehoord! Maar die houding heeft z’n langste tijd gehad. Kenmerkend voor web 2.0 is dat het mechanisme van één zender die een boodschap naar meerdere ontvangers stuurt – en zodoende de communicatie beheerst – niet meer werkt. Daarom nodigen wij u graag uit om deze discussie verder te voeren waar dat wel werkt: op www.ambtenaar2.0.nl

Davied van Berlo en Rob Oele zijn senior beleidsmedewerkers bij LNV

Naschrift redactie:
De auteurs Van Berlo & Oele hebben helemaal gelijk! Zij hebben ons dan ook geïnspireerd om daadwerkelijk een site over de horizontalisering van beleid op te gaan zetten: www.horizontalisering.nl

Weergaven: 79

Opmerking

Je moet lid zijn van Horizontalisering om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Horizontalisering

Reactie van Pierre Deen op 28 Oktober 2008 op 15.35
@Krispijn Ik ben het met je eens. Als de stroom uitvalt is er nog steeds horizontalisering.Web2.0 is digitale horizontalisering (wel met erg veel potentie).
Reactie van Krispijn op 21 Oktober 2008 op 9.54
Toch is zo'n krant heel nuttig. Want die ga ik op EZ achterlaten om mensen te prikkelen. Ik kan de link naar deze site wel doorsturen, maar daar kijken onze ouderwetse papiervreters* toch niet naar ;)

* EZ verbruikt volgens het maatschappelijk jaarverslag van 2007 meer papier per medewerker dan andere ministeries

© 2019   Gemaakt door Jan Dirven.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden