HORIZONTALISERING? IK VIND HET MAAR NIKS

- "Doe mij maar verticale structuren. Gezagslijnen zijn helder, het netwerk is overzichtelijk, procedures zijn duidelijk en je hebt het gevoel dat je de zaken in de hand hebt. Kortom: het maakt het leven een stuk eenvoudiger". Een verhaal van GER VOS, directeur InnovatieNetwerk


"HORIZONTALISERING? Ik vind het maar NIKS"

door GER VOS

"Het lastige is", filosofeert Ger Vos, "dat de maatschappelijke werkelijkheid zich steeds minder uitsluitend laat ordenen en sturen volgens die toch zo overzichtelijke verticale principes. Zeker niet wanneer je, zoals InnovatieNetwerk, werkt aan het ontwikkelen en in de praktijk brengen van grensverleggende innovaties, gericht op sprongen vooruit in duurzaamheid. Innovaties die verhoudingen op z’n kop zetten, die vanzelfsprekendheden ter discussie stellen en die de manier van kijken en denken fundamenteel veranderen.

Dit vraagt om processen, waarbij je weliswaar iets van een richting, een ambitie hebt, maar nauwelijks weet waar je precies gaat eindigen of hoe je er moet komen. Processen die nauwelijks planbaar zijn, gerede kans van mislukken in zich dragen en mensen uit hele verschillende netwerken bij elkaar haalt.

Ga daar maar aan staan met verticale sturingsprincipes, die in feite ongeschikt zijn om met zulke onzekerheden om te gaan. Pas wanneer je dichter bij realisatie in de praktijk komt kun je weer wat met meer verticale sturingsaanpakken. De Kas als Energiebron, Zonneterp, Agroparken, Cowmunity, Nieuwe Rivieren, Tijdelijke Natuur, Nieuwe Dorpen en Smaaklessen. Allemaal voorbeelden van concepten die tot stand zijn gekomen langs dit soort processen.

Combinatie van principes
Het werken aan grensverleggende innovaties vraagt dus om condities en processen die zich moeilijk laten vangen in verticale structuren en processen. Ik wil daar een paar voorbeelden van noemen.
Ingrijpende innovaties komen veelal tot stand op het snijvlak van sectoren, domeinen en/of vraagstukken. Zo werden binnen het concept Agroparken principes van industriële ecologie gecombineerd met agrarische productie, dierenwelzijn, logistiek en ruimtelijke ordening.

Bij Nieuwe Rivieren werd een koppeling gezocht tussen het (hoog)waterprobleem en wonen, recreatie en landschappelijke kwaliteit. Dit betekent dat je uit de koker van je eigen bekende wereld moet stappen. Dat je in staat moet zijn om kansen te zien in heel nieuwe combinaties. Het stelt overigens ook de onderzoeks- en onderwijswerelden voor forse en lastige uitdagingen.

Met het voorgaande is onverbrekelijk verbonden het operen in wisselende netwerken waarin zeer verschillende partijen zijn vertegenwoordigd. Partijen die met elkaar leren inzien dat ze naar de toekomst toe iets gezamenlijks hebben, elkaar daarvoor nodig hebben en daartoe een nieuwe, vooral experimentele, werkwijze proberen te ontwikkelen. En dat is in de praktijk nog niet zo simpel.

Eerst spraakverwarring
Senseo was lang hét voorbeeld. Zet een techneut en een koffiebrander bij elkaar en er ontstaat vanzelf iets moois. De werkelijkheid bleek niet alleen in het geval van Senseo wat genuanceerder te liggen, maar is in onze eigen praktijk vaak ook weerbarstiger dan gedacht. Wat in eerste instantie vooral ontstaat is spraakverwarring.

Partijen hanteren een verschillende taal, hebben verschillende referentiekaders en de verwachtingen, belangen en werkwijzen lopen niet per definitie parallel. Ook is tijdens de zoektocht naar iets gezamenlijks niet op voorhand duidelijk waarom ze zo nodig samen zouden moeten gaan werken. Kortom, het is dus vooral een sociaal leerproces, een gezamenlijke zoektocht naar nieuwe horizontale verhoudingen en werkwijzen, een cultuurverandering waarin nieuwe inzichten en uitdagingen tot stand kunnen komen.

Een boer zei eens tegen me: “Geen moeilijkere manier van werken dan samenwerken”. Hoe complexer vraagstukken zijn en hoe ingewikkelder netwerken en allianties worden, hoe duidelijker dit is. Maar een andere weg is er niet, het hoort bij vernieuwing en innovatie en als het succesvol is, is het resultaat ook buitengewoon waardevol.

Van monodisciplinair naar transdisciplinair
De wetenschap is nog vooral monodisciplinair georganiseerd. Het wetenschappelijke beoordelings- en financieringssysteem stimuleert dit ook. De maatschappelijke- en innovatieopgaven vragen echter steeds meer een verbinding tussen disciplines.
Het vraagt om een nieuwe manier van samenwerken die niet structureel van de grond kan komen via onregelmatige toekenning van innovatiestimuleringsgelden zoals bijvoorbeeld ICES-KIS middelen, terwijl de hoofdstroom aan incentives en middelentoewijzing in het systeem onveranderd blijft.

Hiervoor zijn nieuwe, sterk vereenvoudigde beoordelings- en waarderingsmechanismen nodig. Hierbij moet niet alleen de kennisontwikkeling, maar óók de mate waarin nieuwe kennis tot innovatie leidt van nieuwe structurele (financiële) impulsen worden voorzien.

In ons polderlandje is draagvlak een belangrijk uitgangspunt. Meerdere onderzoeksgroepen zijn ook stevig aan het investeren in het ontwikkelen van methodes om burgers in te schakelen bij veranderingsprocessen. Het lastige hierbij is, dat mensen niet erg geneigd zijn tot (ingrijpende) veranderingen. En dat is óns vak: het genereren van ingrijpende veranderingen.

Dit betekent dat we in eerste aanleg niet zoeken naar een breed draagvlak. Immers experimenteren en innoveren begint altijd met een klein aantal creatieve gedreven ondernemende mensen, die een moeilijke expeditie niet als probleem maar juist als uitdaging zien.

Verticale benaderingen kantelen
Enigszins overdreven zou je kunnen zeggen: als het draagvlak direct breed aanwezig is, zal het wel niet zo vernieuwend zijn. Bottom-up processen gericht op het verkrijgen van een breed draagvlak leiden niet vaak tot echte vernieuwing. Top-down processen leiden soms wel tot prachtige ideeën, maar de realisatie ervan mislukt meer dan eens.

De kunst is om deze twee verticale benaderingen te kantelen door institutionele ruimte te creëren voor horizontale verhoudingen en werkwijzen. Voor ons betekent dit dat we in eerste aanleg zoeken naar gedrevenheid, passie en creativiteit voor mogelijke verandering. Het draagvlak komt later wel, namelijk in de vorm van verbreding en verdieping van geslaagde en perspectiefvolle experimenten.

Daarbij hebben mensen vaak ook tijd nodig om precies te begrijpen waar een nieuw concept voor staat. Wat het oplevert en wat ervoor nodig is om het tot een succes te maken. Dit leerproces heeft veelal ondersteuning nodig. Ook daaraan wordt gewerkt.

Denkbeelden op hun kop
Gekoppeld aan het voorgaande punt is het een gegeven dat ingrijpende innovaties denbeelden op hun kop zetten, nogal eens controversieel zijn, ingaan tegen bestaand beleid of op gespannen voet staan met gevestigde belangen. Dit vraagt om geloof in wat je doet, om volharding, maar tegelijk ook om niet je ogen te sluiten voor de weerstand die er is. In nagenoeg al onze concepten is dit aan de orde.

Het concept van de Agroparken doorbreekt de ontwikkeling richting een gespecialiseerde landbouw en gaat terug naar een moderne vorm van het oude gemengde bedrijf. Ondanks de duurzaamheidssprongen (inclusief dierenwelzijn) die ermee gerealiseerd worden, leidt het idee tot forse maatschappelijke weerstand.
De gevestigde energiebelangen zitten niet te wachten op decentrale energieopwekking- en benutting, met nieuwe nutsinfrastructuren en de glastuinbouw als energieleverende spil.

Nieuwe Dorpen doorbreekt het gevestigde denken dat bouwen in het groen per definitie een kwaliteitsachteruitgang betekent. Wil je dit soort op duurzaamheid gerichte ingrijpende veranderingen voor elkaar krijgen, dan moeten er soms onorthodoxe wegen worden bewandeld.
Ook dat kan spanning zetten op het traditionele systeem van sturing en overleg.

Van controle naar experimenteerruimte
Het publieke systeem is sterk gericht op het reduceren van onzekerheden en beheersen van risico’s. De structuur, cultuur en werkwijze van de verticale lijnorganisatie zijn daar in hoge mate op ingericht. Het is als het ware hun core business.
De Minister mag niet in de problemen komen en het inzetten van overheidsmiddelen en het realiseren van vooraf vastgestelde doelen, moeten goed worden gepland en gecontroleerd. Op zich lijkt daar niks mis mee.

Maar de controlemechanismen en -procedures die daarbij horen verhouden zich doorgaans slecht tot innoveren. Eigen aan innoveren is dat er risico´s en onzekerheden aan verbonden zijn; dat zaken ook kunnen mislukken. Dit vraagt ruimte om te experimenteren en leren, om een andere manier van stimuleren en verantwoorden.
Daar horen dan ook andere verantwoordelijkheden, bevoegdheden en instrumenten bij.

Met andere woorden: de sturingsinstrumenten die over het algemeen effectief zijn voor verticale mechanismen, zijn een barrière voor (grensverleggende) innovatie.

InnovatieNetwerk nog steeds uniek
Wat dat betreft is InnovatieNetwerk nog steeds een uniek experiment. LNV verschaft voor periodes van vijf jaar de middelen, legt de verantwoordelijkheid bij een bestuur waarin maatschappelijke partijen zitten en stuurt niet op detailniveau, maar beoordeelt aan het einde van de periode of het voldoende heeft opgeleverd.

En dan kun je constateren, dat bijvoorbeeld alleen al de Kas als Energiebron meer aan economische en maatschappelijke baten oplevert dan er in 5 jaar in heel InnovatieNetwerk is geïnvesteerd. De andere succesvolle concepten maken het batig saldo nog groter.

Alleen door op zo’n macro-manier naar de resultaten te kijken, zie je het nut en de noodzaak om meer ruimte te creëren voor nieuwe experimenten en leerprocessen. Het innovatiebeleid van de overheid zou meer op dit principe gestoeld kunnen, of misschien wel moeten zijn.

Zoeken en soms ook niet vinden
Ons werk kenmerkt zich door vallen en opstaan, door zoeken en soms ook niet vinden, door steeds wisselende coalities, door de verbinding tussen verschillende disciplines en domeinen, door inspirerende maar moeilijk bereikbare en verschuivende stippen aan de horizon.

Als dat eens te regelen zou zijn via verticale structuren en principes, wat zouden grensverleggende innovaties en veranderingen dan eenvoudig te realiseren zijn en wat zou ik dan een rustig bestaan hebben. Maar misschien ook wel een veel minder leuk en spannend bestaan.

Wil je hier meer over weten? Dat kan in het boek: Werken aan Systeeminnovaties, Lessen uit de praktijk van InnovatieNetwerk, van John Grin en Arienne van Staveren (uitgever: Van Gorkum, 2007).

Ger Vos is directeur
InnovatieNetwerk

Weergaven: 109

Opmerking

Je moet lid zijn van Horizontalisering om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Horizontalisering

© 2019   Gemaakt door Jan Dirven.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden